Over slotenmaker Liedekerke

Het komt een eentonigheid der namen afbreken aangaande hen, die slechts bij uitzondering in 't bezit waren met hetgeen we meteen in gemeenzamen stijl ons ‘aangaande’ noemen, en die doorgaans duidt op een titel die ontleend is aan een gevelsteen, die op de woonhuis prijkte, of tevens juiste bedrijf, het er werd uitgeoefend.

Tegen het eind aangaande de 17e eeuw zou een jenever de plaats aangaande een brandewijn wanneer ‘hels vocht’ overnemen.

betreffende zooveel overige bedrijven, hier te lande tot ons dode industrie. Met een zuidzijde betreffende een Markt, op te starten van een Andere Kerk, woonde in het allereerste woonhuis opnieuw een spinnewielmaker. In dit eerstvolgende woonde een ‘Schrijver in een Haagpoort’, die aantekening hield betreffende al de vreemdelingen, welke een stad binnenkwamen, net wanneer zijn collega's in de overige stadspoorten,.

Gedeeltelijk tot woonhuis ingericht, had mr. Philips Davijn daar bestaan aardse tabernakel in opgeslagen. Wie hij was, mag ik ook niet zeggen, maar absoluut een deftig Heer, die daar tijdelijk verbleef en voor zijne huishouding vier haardsteden behoefde.

xxxx, Ik vindt het heel opwindend we hebben daar een project aan op de kleuterschool #museum rob scholte moet blijven

Of hij bestaan vermogen in de Vleeshal ofwel in een dienst over Apollo en Momus heeft verworven, er geeft het register van dit haardstedengeld nauwelijks antwoord op.

In een middeleeuwen bestonden daar openbare stoven, waar ieder zich kon kunnen warmen en reinigen anti een geringe toegangsprijs, daar waar later ook met de bak werd gespeeld ofwel ‘de kloot geslagen’.

Lopen we vanaf ‘een Culck’ een oostzijde van dit Antieke Delft zuidwaarts op, vervolgens komen wij eerst langs een paar ‘suppoosten betreffende Mars’ of betreffende ‘Bellona’, zo men wensen zijn, namelijk een spies- en ons scheêmaker; ons ‘Italiaen’, die het register noemt: Mario een Lamodderet.

Met de zuidzijde van de Achterzak had van ‘Mijnheeren’ (de burgemeesters) een zekere Jeremias met Huelen ons huisje gehuurd, waarin deze mits ‘coussebreyer’ de kost verdiende.

In dezelfde omgeving treffen wij nog Gysbrecht Henricxz, welke indien ‘ossenslager’ wordt vermeld. Hoe gek dit ons tevens moge tegengaan, werd er toen en voorheen nog streng onderscheid geschapen tussen koeien- en ossenvlees, getuige bij andere de veroordeling op 28 April 1542 met Pieter Jonge Dircksz, vleeshouwer, daar deze bestaan vlees ‘onderstoken’ had en koeievlees wegens ossevlees verkocht.

Ter beschikking heb je minigereedschapskist en, oh dank, ons vierkantssleutel/schakelaar ding van mijn werk doch niks zit!!!!! En oh ja, een deur zal langs binnen open dus dat intrappen gaat tevens ook niet.

Het komt mij vanwege, het Aangaande Westrheene juist bezit geredeneerd en dat dit huis, toentertijd het derde betreffende de Pepersteeg af gerekend en gelegen met de oostzijde over dit Antieke Delft zuidwaarts, via een schilder-brouwer tijdens website bestaan verblijf hier ter stede zal zijn bewoond.

Aan de westzijde over een ‘Pooltjesbuurt’ vond men wegens 282 jaar, net ingeval thans, gering woningen betreffende particulieren. Ons register geeft op – met zuid naar noord -: een kramer, een pottenbakker, een ‘apteker’, een wijnkoper, nog een apotecaris, de pasteibaksters ‘Agniesgen en Jannitgen Roelendochters gesusteren’, met een paar pasteiovens; ons wapenverkoper en een kramer op de hoek bij de Oude Kerk in dit woonhuis genaamd ‘Den Gulden Eenhoorn’.

Deze vervaardigde er dure en kostelijke weefsels, welke naar heinde en verre verzonden werden om een paleizen en lusthoven van vorsten en potentaten te versieren. Zo werden op 7 Juni 1607 in de Resolutiën der Staten-Generaal aangetekend dat “den tapissier Spierinck, wonende tot

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Over slotenmaker Liedekerke”

Leave a Reply

Gravatar